“Het Europafonds van het ministerie van Buitenlandse Zaken geeft geen subsidie meer aan organisaties die kritisch staan ten opzichte van de huidige Europese Unie. Dat concludeert de stichting Ander Europa uit de toekenning van subsidies uit het Europafonds die vandaag bekend is gemaakt. Alle aanvragen van Europa-kritische organisaties zijn afgewezen, waaronder een project van Ander Europa.” Zo schreven wij in een persbericht van 4 november 2009.
Een dergelijke bewering vraagt natuurlijk om een verdere onderbouwing. Daarom hebben we in dit dossier Europafonds II een aantal documenten verzameld op basis waarvan iedereen die daar in geïnteresseerd is zelf een oordeel kan vormen.
1. Op 26-8-2009 Verzonden wij een aanvraag voor subsidie in voor het project “Europa in de praktijk”
3. Op 3 november ontvingen wij een brief van het ministerie waarin werd medegedeeld dat de subsidie afgewezen was.
4. Op de website van het ministerie is te zien welke projecten er in deze ronde wel zijn goedgekeurd. Aangezien daar ook een overzicht staat van de goedkeruringen in de eerste ronde van dit jaar valt er eenvoudig uit te rekenen dat van de beschikbare € 2.500.000 er € 2.400.391,20 is toegewezen en er dus nog iets minder dan een ton € 99.608,80 over is.
5. Als reactie op deze afwijzing verstuurden wij op 4 november het volgende persbericht.
Als reden voor het afwijzen van het project worden geen inhoudelijke argumenten gebruikt. Er wordt gesteld dat de aanvraag niet voldoende onderbouwd is. Bijvoorbeeld schriftelijke bevestiging van afspraken met samenwerkingspartners, gegarandeerde afname van publicaties e.d. Nu kunnen en willen wij niet oordelen over de aanvragen van andere organisaties. Maar we kunnen wel oordelen over de eerdere door ons uitgevoerde en door het Europafonds gesubsidieerde projecten. Bij die goedgekeurde aanvragen was absoluut niet van een sterkere ‘onderbouwing’ sprake dan bij deze projecten. Toch werden die projecten goedgekeurd en achteraf als goed beoordeeld terwijl deze nieuwe projecten worden afgewezen.
6. De projectaanvraag voor ons eerste goedgekeurde project. (Voor de gang van zake die voorafging aan de goedkeuring van dit project zie ons dossier Europafonds I ). Subsidieaanvraag 2007
7. Na afloop van het project en na inlevering van een eindverslag ontvingen we op 31 maart 2009 een brief van het ministerie waarin wordt geconstateerd dat het project succesvol is afgesloten en we bedankt worden voor onze inzet. Opvallend in deze brief is de passage: “Tijdens het project heeft u samengewerkt met verschillende organisaties. In de toekomst wilt u deze samenwerkingsverbanden verder uitwerken.”
Op 2 november, in een brief over onze nieuwe aanvraag, heeft hetzelfde ministerie geen enkel vertrouwen in onze samenwerking met anderen.
8. Aangemoedigd door het succes van het vorige project dienden we een nieuwe aanvraag in voor een project tijdens de campagne voor de verkiezing van het Europees Parlement. Ook in deze aanvraag is sprake van samenwerking met andere organisaties, zonder dat daar bij de aanvraag schriftelijke bewijzen voor worden aangedragen en ook bij deze aanvraag is sprake van het uitbrengen van een publicatie. Subsidieaanvraag 2008
9. Na afronding van het project en verslaggeving daarvan ontvangen we op 23 september wederom een brief van het ministerie waarin geconstateerd wordt dat “blijkt dat u met het project een bijdrage heeft geleverd aan verkiezingscampagne voor het Europese Parlementverkiezingen. (Stilistisch is men niet zo sterk op het ministerie). Uw krant is positief ontvangen en de respondenten van de kieswijzer hebben nagedacht over de verkiezingen en de standpunten van de verschillende partijen.”
En wederom wordt geconstateerd dat het project succesvol is afgesloten en worden we bedankt voor onze inzet. De brief was namens de staatssecretaris voor Europese Zaken getekend M. Halma, Hoofd Europacommunicatie Directie Voorlichting en Communicatie Ministerie van Buitenlandse Zaken. Dezelfde meneer Halma stuurde nog geen zes weken later namens de zelfde staatssecretaris een brief die er op neer kwam dat we niet duidelijk hadden gemaakt dat wij als organisatie in staat waren om samen te werken met andere organisaties en succesvol publicaties uit te brengen. Arme meneer Halma.
10. Samen met De Campagne tegen de Wapenhandel en de Stichting voor een Sociaal Europa, waarvan de projecten ook zijn afgewezen geven we op 6 november een persverklaring uit.
11. Op 16 november 2009 tekenen wij bezwaar aan bij de staatssecretaris voor Europese Zaken tegen de afwijzing van onze aanvraag voor het project 'Europa in de praktijk'.
12. Op 17 december vond er een hoorzitting plaats naar aanleiding van ons bezwaarschrift. Lees hier het officiële verslag.
Er wordt daarbij wel een curieuze procedure gevolgd. De ‘bezwaarmaker’ wordt gehoord door vier ambtenaren van het ministerie, drie van de afdeling die het besluit heeft genomen en iemand van de directie juridische zaken. Vervolgens wordt daar door het ministerie een verslag van gemaakt wat wel intern in het ministerie wordt bekeken maar niet aan de andere partij (de bezwaarmaker) wordt voorgelegd. Vervolgens wordt op basis van dat verslag door weer een andere ambtenaar van de afdeling waar het Europafonds onder valt en die niet bij de hoorzitting aanwezig was een nieuw besluit genomen. Een schoolvoorbeeld van de slagers die gezamenlijk hun eigen vlees keuren. De ‘bezwaarmaker’ krijgt dat verslag pas te zien als dat samen met de definitieve beslissing wordt opgestuurd.